Het ontstaan van de vierboet.

17e eeuwse prent.

De prent hiernaast komt uit het Leidsch-Katwijks archief, toen vingen ze nog eens een visje. En laat hij nu precies liggen waar nu het restaurant de Kw 106 staat.

Afgelopen week kwam onze voorzitter met twee jaarboekjes uit de 90er jaren, nog niet zo heel lang geleden zou je zeggen maar toch wel leuk. In een van de boekjes werd terug geblikt op het ontstaan van de het zangkoor de Vierboet. Het is misschien ook wel eens leuk om wat stukjes van vroeger jaren te plaatsen en ook dat stond in een van de boekjes vermeld “heb je iets te vertellen stuur het in en heeft u moeite met schrijven geen probleem we komen langs en schrijven uw verhaal op” ook dat is nu niet anders. Heeft u moeite uw verhaal zelf te schrijven geen probleem we komen graag langs om uw verhaal te noteren. En als er een schaap over de dam is volgen er meer. Even een berichtje naar de AOBK en we komen graag. Maar nu eerst waarover we begonnen een verhaal van mevr. Kl. Paap Hoek over het ontstaan van de Vierboet geschreven in 1996.

Oprichting koortje.
D. V. a.s. Kerstfeest 1996 van de A.N.B.O. Zal het 23 jaar geleden zijn dat +- 30 vrouwen voor het eerst op onze Kerstmiddag gezongen hebben, dat was in 1973. De kerstmiddag van 1972 hebben we met alle dames van onze soos gezongen. Toen was ondergetekende nog geen lid, maar Alie van Duijn had mij als gast meegenomen, en meteen zei ze tegen mevr Huber, ik heb haar meegenomen en ze word lid, en ze komt naar de soos. Ja dat was me er een hoor, (een lieve vriendin hoor!) Maar, op de bewuste Kerst-middag begeleide ons en ook de samenkomst de Heer de Mol beter bekend als Cok de Mol. Dat was een eenmalige Kerstbegeleiding, daarna heb ik het vele jaren mogen doen, en samenzang en koortje. Ik kwam op de soos-middagen en daar hadden we altijd een halfuurtje zingen, en daar is ook het koortje door ontstaan (opgericht) wat er nu nog is. We zijn met onze repetities begonnen op vele dinsdagmorgens onder begeleiding van mij en daarna heeft Mevr van Schie de leiding over genomen. Hopend dat u een beetje op de hoogte bent, wanneer/hoelang het koortje toch zou bestaan. Verblijf ik
Hoogachten. Kl. Paap-Hoek
Hoorneslaan 354
2221 GS Katwijk/ Zee
Dames en Heren wilt u zingen? Zing dan mee. Met ons Zangkoor de vierboet, u laat het koor toch niet in de steek, waar niet bijkomt mindert snel, dus meldt u aan.iedere dinsdagmorgen. Reuze gezellig. U wilt toch ook dat het koor blijft bestaan.
Tot zover de overname uit een jaarboekje. Het koor bestaat nog steeds en nog steeds elke dinsdagmorgen en nog steeds gezellig. 
 
Het zou leuk zijn als er mensen zijn die hier op willen reageren, laat wat van u horen.
 
Voor de mensen die zich afvragen wat vierboet eigenlijk betekend, vier staat voor vuur en boet voor baak. We kunnen rustig stellen dat het zangkoor de vierboet nog steeds een baken is voor veel ouderen in Katwijk. En ook nu nog worden hun uitvoeringen  tijdens de Kerst- en Paasmiddagen nog steeds bijzonder gewaardeerd. 
Nu we hier toch met een stukje geschiedenis bezig zijn hier speciaal voor de huidige koorleider een omschrijving uit Artikel gepubliceerd in 1893. van het instituut voor de Nederlandse Taal.
Boetheer, door oudaan, denkelijk naar het voorbeeld van vuurboetmeester (zie vuurboet), en in woordspeling met Boete, gevormd om een predikant aan te duiden (”De Lootsman, die de klippen kende, en zanden; … De Boetheer, die het licht ontstak om niet te stranden, En zelf in duist'ren nacht een held're baak geleek”, Poëzy 3, 425 )
 
Ook nog een stukje overgenomen over een artikel over de vuurtoren van het Katwijksmuseum.

De vuurtoren van Katwijk aan Zee

Katwijk aan Zee telt in feite nog maar twee bouwwerken die meer dan enkele eeuwen oud zijn. De vuurtoren (ook wel Vuurbaak of Vierboet genoemd), is van 1605 en de Oude of Andreaskerk aan de Boulevard stamt gedeeltelijk uit 1465. Zowel de Oude Kerk als de vuurtoren staan op de Rijksmonumentenlijst.

Vierboet waarop 's nachts een vuur kon worden gestookt 
Zolang er mensen langs de kust wonen is er in zee gevist. Het vissen als beroep begon in onze streken echter pas aan het eind van de middeleeuwen. Rond 1320 durfden de vissers vanuit de Zuidelijke Nederlanden ver de zee op. Zij hielden zich bezig met de haringvisserij aan de oostkust van Engeland. Ook Katwijkse vissers hebben deze manier van vissen overgenomen. Hoelang het geduurd heeft voordat er behoefte kwam aan een vuurtoren is onduidelijk, maar al vóór 1605 stond er in Katwijk een vierboet (vuurbaak) waarop 's nachts een vuur kon worden gestookt als baken voor de eigen vissers. Zeker weten we het niet, maar waarschijnlijk was ook dit een stenen toren. Door forse afslag van de kust tijdens de Allerheiligenvloed in 1570 werd deze baak bedreigt door de zee. Door deze vloed zijn ook de huizen voor de Oude kerk weggespoeld, waardoor de kerk aan zee kwam te staan. De vroegste vermelding van de vuurtoren in Katwijk is die in 'De Spiegel der Zeevaart', een oud zeemansboek uit 1592, waarin staat beschreven dat vanaf zee te Katwijk een scherpe kerktoren zichtbaar is en aan de zuidzijde daarvan een hoge vierboet aanwezig is 'zo dat men die wel voor de kerktoren mag aanzien'. Uiteindelijk is deze toren van de duin afgegleden of afgebroken om de dure stenen te bewaren.

Op één na oudste vuurtoren van Nederland 
In 1605 is er een nieuwe toren - meer landinwaarts - op een duin gebouwd. In de fundering zijn grote kloostermoppen terug te vinden, die mogelijk afkomstig zijn van de eerste vuurbaak. Daarmee behoort dit Katwijkse bouwwerk tot één van de oudste vuurtorens van Nederland. Alleen de Brandaris op Terschelling is ouder (1594) en nog in gebruik. 
In 1628 gaf stadhouder Frederik Hendrik, die toen ook Heer van de beide Catwijcken was, toestemming aan de vuurbaakmeesters om van elke 15 stuivers die de visafslag opbracht, een duit te heffen voor het onderhoud van de vuurtoren en het branden van het houtvuur.
Uit 1817 is nog een afrekening bekend waaruit blijkt dat de visserij belang had bij de Vuurbaak. 

Visserslicht
Het licht op de Katwijkse toren was een z.g. visserslicht; deze werd alleen ontstoken indien er schepen van de eigen vloot op zee waren.
Het licht kwam eeuwenlang van houtvuur dat werd gestookt in een korf bovenop het platte dak van de toren: later werd het hout vervangen door kolen. Halverwege de negentiende eeuw volgde een enorme verbetering door het gebruik van grote olielampen met reflectoren in een lichthuis. Oude zeelui fungeerden destijds als vuurtorenwachters.
Met het verdwijnen van de bomschuiten, die tot ongeveer 1912 op het strand aan land kwamen, is de functie van de vuurtoren met de daarbij behorende seinmast verdwenen.

 
Zangkoor De Vierboet Overzicht