HELAAS NOG GEEN AKKOORD OVER DE PENSIOENEN


Iedereen was hoopvol gestemd, vrijdag 19 juni zou minister Koolmees een voorstel van het bereikte akkoord naar de ministerraad sturen om nog voor het zomerreces het door de 1e en 2e kamer te loodsen.

Iedereen die aan het overleg meedeed of betrokken was ging akkoord, zij het uiteraard onder bepaalde voorwaarden, democratische voorwaarden wel te verstaan. Elke zichzelf respecterende partij heeft overleg met hun achterban, de vakbond FNV was de laatste die zich nog over het voorstel moesten buigen. We kennen het verhaal, de achterban heeft meer tijd nodig om hierover te beslissen, het was ook voor de FNV zelf een verrassende uitkomst. Welke gevolgen dit heeft? Het is als met het coronavirus, niemand die het kan zeggen ook alle deskundigen en knappe koppen die bij het overleg betrokken zijn. Is er dan helemaal geen positief nieuws te melden? Jazeker wel, hoewel de Ouderen Bonden niet rechtstreeks aan tafel zitten, hoewel een andere bekende zgn. Bond anders doet voorkomen, heeft de minister toegezegd dat de Ouderen Bonden betrokken blijven dit overleg. De AOBK heeft niet de kennis en macht in huis om rechtstreeks invloed te kunnen uitoefenen maar zijn wel blij dat zij zijn aangesloten bij de FASv enzo dus toch indirect betrokken is. De AOBK heeft alle vertrouwen in de beide int. Voorzitters om dit mede in goede banen te leiden. We zijn al twaalf jaar lang niet bij een akkoord geweest, laten we hoop en vertrouwen hebben dat dit alsnog gebeurd, door modderen treft geen enkel belang.

 

Hier onder een weergave van de bevindingen van onze vertegenwoordigers Jaap en Joep.

Eerste reactie Koepel Gepensioneerden op hoofdlijnenakkoord

- Het nieuwe pensioenhuis is nog net zo complex als het huidige huis

- De regeling blijft moeilijk uitlegbaar

- Indexeringen komen dichterbij, maar ook de kans op kortingen

- Het gebruik van een meer reële rekenrente is positief

- Verschillen in risicohouding per leeftijdsgroep moeten zorgvuldig vastgesteld worden

- De compensatie van de doorsneepremie gaat niet ten koste van de gepensioneerden

- Het is goed dat het solidariteitsfonds niet ineens, maar gaandeweg wordt gevuld

- Er mag niet een hele generatie gepensioneerden naast indexatie grijpen

- Tijdens de overgangsperiode moet indexatie voor gepensioneerden al mogelijk worden

- De pensioencommunicatie moet inhaken op de beleving van mensen

- Gepensioneerden blijvend betrekken bij traject van wetgeving en implementatie -

Verslag van de besprekingen met onze achterban

Dinsdag 16 juni hebben we met onze achterban in verschillende sessies gesproken over de voornemens die neergelegd worden in de hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer, die minister Koolmees vrijdag 19 juni naar de Tweede Kamer wil sturen. De integrale brief zelf hebben we nog niet. We kenden echter al wel de SZW-notitie “uitwerking pensioencontract’ van 12 juni en via informele wegen is ons al zoveel ter ore gekomen, dat wij als bestuur voorlopige conclusies durfden trekken. Zodra de brief van de minister vrijdag in de ministerraad wordt besproken en naar de Tweede Kamer gaat, kunnen we meer definitieve conclusies trekken. De voorzitters beschikten dinsdag over voldoende informatie om de leden een inhoudelijke presentatie te kunnen geven. Op basis van de reacties die we dinsdag hebben gekregen, heeft het bestuur dinsdagavond bovenstaande conclusies getrokken.

Beraadslaging en samenspraak met de achterban

Het overleg was gedegen. In de morgen heeft overleg plaats gevonden met de (plv) voorzitters van de platforms, de regio’s en de adviescommissies. In de middag is in een Webinar een presentatie van de voorzitters besproken met daarin de plannen van de sociale partners en de minister, voor zover bekend. In het overleg met minister Koolmees afgelopen maandag hebben we benadrukt, dat we de laatste week te weinig informatie van de stuurgroep en het bestuurlijk overleg hebben gekregen, waardoor we op belangrijke punten niet tot een definitief oordeel kunnen komen.

- We hebben onze eerste conclusies getoetst op de punten die we in onze brief van 27 mei aan de stuurgroep hebben genoemd. Maar we kunnen nu al constateren dat we door onze

1

 

inspanningen in de afgelopen jaren ook echt wat hebben bereikt, ondanks het feit dat we niet in de stuurgroep zelf hebben gezeten. De vermaledijde prudente rekenrente wordt verlaten. De compensatie van de doorsneepremie mag niet ten koste gaan van gepensioneerden. En al beslissen we niet mee, we worden wel gehoord en hebben de toezegging van de minister, dat dit bij de verdere uitwerking zo blijft.

Nieuw contract met positieve elementen.

Het voorgenomen pensioencontract biedt voordelen omdat het indexeringen dichterbij brengt (maar ook een grotere kans op kortingen) en omdat het nieuwe contract het mogelijk maakt om met andere rekenrentes te gaan werken. Verder is positief dat de pensioenfondsen hun uniform verkregen beleggingsresultaten verdelen over verschillende leeftijdscategorieën, nadat goed is onderzocht wat de risicohouding is bij die verschillend leeftijdsgroepen.

Wij zullen pleiten voor een onderzoek onder twee of drie leeftijdsgroepen van gepensioneerden, omdat de financiële behoefte van een 85-jarige uit onderzoek vaak anders blijkt te zijn dan die van de net gepensioneerde. We snappen dat groepsvorming op basis van risico’s binnen redelijke grenzen moet gebeuren, maar wel op basis van de echt gemeten risicohouding. Naar ons oordeel zullen verantwoordingsorganen, belanghebbende organen en Raden van Toezicht streng moeten toezien op de kwaliteit (validiteit en betrouwbaarheid) van het onderzoek. Het gaat om het verlenen van goedkeuring.

Wij zullen er bij de minister op aandringen om de mogelijkheid op te nemen dat pensioenfondsen er ook voor mogen kiezen om de risicohouding te meten op verticale wijze - dwars door de leeftijdscategorieën heen - of te kiezen voor een mengvorm. Daarmee wordt ook meer recht gedaan aan het nu meer individueel ingevulde systeem en kan toch in cohorten (maar niet leeftijdsgebonden) worden toegerekend.

We zien bij leeftijdscohorten het risico, dat bij een systeem van individuele vermogens het vertrouwen in het stelsel kan verdwijnen als, in geval van zwaar economisch weer, meer van hun rekening wordt afgeschreven dan wat zij hadden verwacht op basis van hun risicohouding.

We waarderen het dat de compensatie van de doorsneepremie, zoals we begrepen hebben, niet ten koste gaat van gepensioneerden. We constateren met genoegen dat het solidariteitsfonds bij nul begint en pas gedurende de looptijd van het nieuwe contract wordt gevuld uit premie en overrente. We hebben begrepen dat enkele pensioenfondsen vanwege hun specifieke situatie ervoor kunnen kiezen om de buffer meteen uit het vermogen te vullen (maximaal 15% van het totaal), omdat zij daarna toch kunnen blijven indexeren.

Ook het nieuwe contract vraagt heel veel uitleg.

Het nieuwe pensioenhuis is helaas net zo complex als het huidige huis. De regeling zelf blijft dus moeilijk uitlegbaar. Er wordt straks heel wat van de pensioencommunicatoren verwacht. Misschien moet niet alleen per generatie verschillend belegd worden, maar ook per generatie verschillend over het nieuwe pensioenstelsel gecommuniceerd worden. Vanwege het op premie gebaseerde persoonlijke karakter van de opbouw en de uitkering (binnen een door ons ook gewaardeerd systeem van solidariteit en collectiviteit) is het verstandig in te haken op de beleving van jongeren en ouderen ten aanzien van hun pensioen. De overgang van het ene contract naar het andere contract

2

 

vraagt om een goed verhaal. Daarin zullen ook de voor- en nadelen nadrukkelijk moeten worden genoemd en zichtbaar gemaakt in persoonlijke overzichten. Er komt een traject van wetgeving waarin nog heel veel details moeten worden uitgewerkt over het kader waarbinnen sociale partners en pensioenfondsen moeten gaan opereren. Daarvoor is een stevige verankering nodig van de governance. We stellen tevreden vast dat de minister heeft toegezegd de organisaties van senioren en gepensioneerden, tezamen met de jongeren, bij dit proces regelmatig en tussentijds te betrekken via overleg met hem en zijn ambtenaren.

Datzelfde zou wat ons betreft ook moeten gelden voor de vraag naar de adviezen om de transitie goed en evenwichtig te laten verlopen, het verzoek aan de Stichting van de Arbeid en pensioenfondsen. Het zou goed zijn voor het noodzakelijke draagvlak daarna, dat de organisaties oud/jong ook daarbij actief betrokken worden en dat wij in dat proces op de cruciale momenten over de belangrijke onderliggende stukken kunnen beschikken.

Bezwaarpunten.

Belangrijk is dat gepensioneerden overtuigd worden, dat zij er echt op vooruitgaan. Daarbij moeten we wel rekening houden met de ongewisse omstandigheden op de financiële markten. We kennen de rekenrentes nog niet, die daarbij worden gehanteerd. Ook de opdracht aan de betrokkenen bij het transitiepad kennen wij nog niet. Het is niet goed mogelijk om nu al te kunnen beoordelen of het nieuwe huis goede fundamenten, muren en dakconstructies heeft, zodat het daarin veilig wonen is voor alle generaties en dus ook voor de gepensioneerden.

Onze achterban vindt het onbegrijpelijk en onbestaanbaar dat zij, na 12 jaren niet te zijn geïndexeerd, ook in de komende overgangsperiode van 6 jaren nog steeds geen perspectief op indexeren zou krijgen. Voor mensen die nu 10 jaren zijn gepensioneerd, zou dit betekenen dat zij in 2026 gemiddeld nog 2 jaren te leven hebben en dus gedurende vrijwel hun hele leven de pensioenvermogens hebben zien groeien zonder daar zelf ook maar iets van te mogen benutten. Dat is wrang en niet uit te leggen. Wij hebben daar met de stuurgroep over gesproken, maar zien nu dat het nog zwaarder leeft, dan we al hadden aan gegeven.

Juist nu moeten wij nóg meer bij het overleg worden betrokken.

Aan de minister en het bestuurlijk overleg vragen wij wegen te zoeken om, in het perspectief van een nieuw contract met andere regels, te zorgen voor tussentijdse oplossingen waardoor gepensioneerden ook in de overgangsperiode naar het nieuwe stelsel perspectief krijgen op indexeren. Voor onze achterban blijkt dit een zeer zwaarwegend punt te zijn om te kunnen accepteren dat een nieuw stelsel beter is dan het oude. Net als bij het nieuwe contract gaan we ervan uit dat het komende huis beter is dan het oude en dus moeten de gepensioneerden dat snel merken om vertrouwen te kunnen houden.

Het is goed dat de minister beloofd heeft om ons te betrekken bij de verdere uitwerking van de hoofdlijnennotitie in wetgeving. Dat zien we ook als noodzakelijk. Op dat pad zullen we nog heel wat hobbels tegenkomen. Hopelijk gaan we ook betrokken worden bij het bepalen van een verantwoord en evenwichtig transitiepad, waarin aan alle deelnemers en gepensioneerden recht wordt gedaan. Daar hebben we nu echt nog te weinig van gezien. Daarover gaan we in overleg met de sociale partners.

3

 

Afsluitend: met de hoofdlijnen notie van de minister zijn we er nog niet, hoewel we nu tenminste wel de richting kennen. Als de wetgeving straks ook rond is en het transitie pad concreet is geworden, moet er nog heel veel door de sociale partners en pensioenfondsen worden opgelost. Dat geeft ook ons weer volop huiswerk.

Joep en Jaap

4

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Dhr. W. Koolmees

Postbus 90801

2509 LV Den Haag

Geachte heer Koolmees,

17 juni 2020 JVDS/MVE/2020.048

Gisteren hebben we met onze achterban in verschillende sessies gesproken over de voornemens die neergelegd worden in de hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer. Voor zover we dat inhoudelijk hebben kunnen doen, rekening houdend met de SZW notitie “uitwerking pensioencontract’ van 12 juni, zonder nog de brief en de inhoud van uw brief te kennen, maar wel op grond van alles dat ons via andere wegen ter ore is gekomen, is onze conclusie als hieronder volgt.

We hebben zover mogelijk onze conclusie getoetst op de punten die we in onze brief van 27 mei 2020 hebben genoemd.

Het voorgenomen pensioencontract biedt voordelen omdat het indexeringen dichterbij brengt (maar ook een grotere kans op kortingen) en omdat het nieuwe contract het mogelijk maakt om met andere rekenrentes te gaan werken en dat er niet meer wordt vastgehouden aan de RTS. Verder is positief, dat de pensioenfondsen pas hun uniform verkregen beleggingsresultaten verdelen over verschillende leeftijdscategorieën, nadat goed is onderzocht wat de risicohouding is bij die verschillend leeftijdsgroepen. Waarbij wij pleiten voor een onderzoek onder twee of drie leeftijdsgroepen van gepensioneerden, omdat de financiële behoefte van een 85 jarige uit onderzoek vaak anders blijkt te zijn dan van de net gepensioneerde. We snappen dat groepsvorming op basis van risico’s binnen redelijke grenzen moet gebeuren, maar wel op basis van de echt gemeten risicohouding. Naar ons oordeel zullen verantwoordingsorganen, belanghebbende organen en Raden van Toezicht streng moeten toezien op de kwaliteit (validiteit en betrouwbaarheid) van het onderzoek. De Raad van Toezicht zal goedkeuring moeten verlenen.

Wij dringen er bij u op aan de mogelijkheid op te nemen dat pensioenfondsen er ook voor mogen kiezen om de risicohouding te meten dwars door de leeftijdscategorieën heen. Of te kiezen voor een mengvorm. Daarmee wordt ook meer recht gedaan aan het nu meer individueel ingevuld systeem en kan toch in cohorten worden toegerekend.

 Churchilllaan 11 (4e etage) 3527 GV Utrecht Postbus 2069 3500 GB Utrecht

tel.: 030 – 2846080

secretariaat@koepelgepensioneerden.nl www.koepelgepensioneerden.nl

KVK 76962822

IBAN: NL21 INGB 0009 6021 57 / BIC: INGBNL2A

  

17 juni 2020 JVDS/MVE/2020.048 2

We zien bij leeftijdscohorten het risico, dat bij een systeem van individuele vermogens het vertrouwen in het stelsel kan verdwijnen als in geval van zwaar economisch weer, meer van hun rekening wordt afgeschreven dan wat zij hadden verwacht op basis van hun risicohouding.

We waarderen het dat de compensatie van de doorsneepremie, zoals we hebben begrepen, niet ten koste gaat van gepensioneerden en constateren met genoegen, dat het solidariteitsfonds bij nul begint en pas gedurende de looptijd van het nieuwe contract wordt gevuld uit premie en overrente. We snappen dat enkele pensioenfondsen vanwege hun specifieke situatie ervoor kunnen kiezen om de buffer meteen uit het vermogen te vullen (maximaal 15% van het totaal), omdat zij daarna toch kunnen blijven indexeren.

Het nieuwe pensioenhuis is net zo complex als het huidige huis. De regeling zelf blijft dus moeilijk uitlegbaar. De meest optimale methode van communiceren per doelgroep moet grondig worden uitgezocht, waarbij wij positief zijn over het inzetten van echte communicatiedeskundigen om daarvoor een kader te scheppen. Wel is het door het op premie gebaseerde persoonlijke karakter van de opbouw en de uitkering (binnen een door ons ook gewaardeerd systeem van solidariteit en collectiviteit) mogelijk om beter in te haken op wat de beleving van mensen is ten aanzien van hun pensioen.

Dit laatste vraagt onmiddellijk om een goed verhaal bij de overgang van het ene contract naar het andere contract. Daarin zullen ook de voor- en nadelen duidelijk moeten worden genoemd en zichtbaar gemaakt in persoonlijke overzichten.

Er komt een traject van wetgeving, waarin nog heel veel moet worden uitgewerkt over het kader waarbinnen sociale partners en pensioenfondsen moeten gaan opereren. Daarvoor zal een stevige verankering nodig zijn van de governance. We stellen het op prijs dat u hebt toegezegd de organisaties van senioren en gepensioneerden, tezamen met de jongeren, bij dit proces regelmatig en tussentijds te betrekken via overleg met u en uw ambtenaren. Datzelfde geldt voor de vraag naar de adviezen om de transitie goed en evenwichtig te laten verlopen, het verzoek aan de Stichting van de Arbeid en pensioenfondsen. Het zou goed zijn voor het noodzakelijke draagvlak daarna, dat de organisaties oud/jong ook daarbij actief betrokken worden en dat wij in dat proces op de cruciale momenten over de belangrijke onderliggende stukken kunnen beschikken.

Er zijn nog wel degelijk bezwaarpunten aan te dragen

Belangrijk is dat gepensioneerden overtuigd zullen moeten worden, dat zij er (rekening houdende met de omstandigheden van de financiële markten) echt op vooruitgaan. We kennen de rekenrentes niet, die daarbij worden gehanteerd. Ook de opdracht aan de betrokkenen bij het transitie pad kennen wij niet. Het is en blijft voor ons niet goed mogelijk om te kunnen beoordelen of het nieuwe huis goede fundamenten, muren en dakconstructies heeft, zodat het daarin veilig wonen is.

Uit de besprekingen met onze achterban is duidelijk naar voren gekomen, dat zij het onbegrijpelijk vinden dat zeer veel gepensioneerden, na 12 jaren niet te zijn geïndexeerd in de overgangsperiode nog steeds geen perspectief hebben op indexatie. Voor mensen die nu 10 jaren zijn gepensioneerd, zou dit betekenen dat zij in 2026 gemiddeld nog 2 jaren te leven hebben en dus gedurende vrijwel hun hele leven wel de pensioenvermogens hebben zien groeien, maar zonder daar zelf ook maar iets van te mogen zien in de vorm van indexeringen.

 

17 juni 2020 JVDS/MVE/2020.048 3

Dat is wrang en moeilijk uit te leggen. Wij hebben daar eerder met u ook al over gesproken, maar hebben moeten constateren dat het nog veel zwaarder leeft, dan we hadden verwacht.

Aan u vragen we dringend wegen te zoeken om, in het perspectief van een nieuw contract met andere regels, te zorgen voor tussentijdse oplossingen waardoor gepensioneerden ook in de overgangsperiode naar het nieuwe stelsel perspectief krijgen op indexeren. Voor onze achterban blijkt dit een zeer zwaarwegend punt te zijn als het gaat om de acceptatie van een nieuw stelsel en het gevoel dat het nieuwe stelsel beter is dan het oude (met wat aanpassingen). Er zal dus een oplossing moeten worden gevonden. En natuurlijk begrijpen we dat als de financiële omstandigheden voor iedereen over een periode van een paar jaren slecht zijn, dat dan ook zij dat zullen merken. Maar net als bij het nieuwe contract gaan we ervan uit dat het komende huis beter is dan het oude en dus moeten de gepensioneerden dat snel merken om vertrouwen te kunnen herkrijgen en houden.

We zijn blij met de door u aangeboden en de door ons noodzakelijk gevonden betrokkenheid bij de verdere uitwerking van de hoofdlijnennotitie in wetgeving en mogelijk/hopelijk ook bij het bepalen van een verantwoord en evenwichtig transitie pad, waarin aan alle deelnemers en gepensioneerden recht wordt gedaan en waar we nu nog te weinig van hebben gezien.

Met hartelijke groet, Koepel Gepensioneerden

Joep Schouten Jaap van der Spek Co-voorzitter Co-voorzitter

   

Nieuws & evenementen overzicht