HELDEN , HONDEN EN HAZEN

75 JAAR BEVRIJDING 1945 – 2020 Nederlands-Indië

 

Voorwoord Algemene Ouderen Bond Katwijk

Het coronavirus heeft een flinke streep gehaald door geplande festiviteiten en herinneringen aan de bevrijding van nazi-Duitsland. De 2e wereldoorlog was veel omvattender dan het oorlogsgeweld van het Duitse leger, ook de overzeese Nederlandse gebiedsdelen in Azië werden bezet en wel door de nietsontziende Japanse krijgsmacht. Ook hier hebben Nederlanders moeten lijden en verschrikkelijke erbarmelijke tijden meegemaakt. Aan deze bezetting kwam pas een einde toen Amerikanen de atoombommen, 6 augustus op de havenstad Hiroshima en op 9 augustus op de stad Nagasaki, liet vallen. Op 15 augustus 1945 capituleerden Japan en wordt elk jaar de bevrijding van dit deel van Nederland gevierd, ook hier dus 75 jaar bevrijding. Dhr. L.C. Bouhuys werd in dit deel van Nederland in 1940 geboren en heeft dus de oorlogstijd in Indonesië meegemaakt. Direct na de bevrijding is dhr. Bouhuys met zijn moeder en broer naar Nederland vertrokken, zijn vader door de Japanners in die tijd vermoord, en streek via Schiedam in 1950 neer in Katwijk waar hij nog steeds woonachtig is.

Dhr. Bouhuys heeft vorig jaar zijn herinneringen aan het papier toevertrouwd als voorbereiding op een lezing welke hij ook heeft gepresenteerd. De  AOBK mag nu deze publiceren tezamen met diverse foto’s uit die tijd, ook deze herinneringen zijn waardevol om voor het nageslacht te bewaren. De AOBK bedankt de heer Bouhuys voor het vertrouwen.

De publicatie is een kopie van de herinneringen welke dhr. Bouhuys voor zijn lezing heeft gemaakt en wordt als zodanig gepubliceerd. Het zijn waardevolle herinneringen.

 

De herinneringen van dhr. L.C. Bouhuys, Nederlands Indië 1940-1945.

Introductie van de heer Bouhuys.

SPREEKBEURT  HELDEN , HONDEN  EN  HAZEN . 15 aug. 2018 .

 

Goede dag vrienden .

Op 15 aug. is de herdenking van de Capitulatie van Japan, met enige schroom ,gezien mijn achtergrond , wil ik hier een spreekbeurt over houden .

Het was niet gemakkelijk om gegevens uit die tijd boven water te krijgen, omdat mijn fam. daar nooit over heeft gesproken ! We beginnen met opa Harman Bouhuys geboren op 3 juli 1880 in Kampen. Hij trouwde 25 jan. 1906 in Kampen met Jannigje Neuring uit Zwolle. Het gezin vertrok naar Leiden en ging wonen op het adres 3 octoberstraat 51a. Opa ging werken bij een meubel en stoffeerderij , aan de Hoogewoerd 41 in Leiden. Mijn vader Lubbertus Willem Jan werd op 7 Juni 1910 geboren. Na de lagere school volgde hij de 5 jarige HBS in Leiden. Daarna wilde hij  naar de universiteit om huisarts te worden. Helaas voor hem is zijn vader op 8 okt. 1927 verdronken in de Vliet bijLeidschendam . Hoe is onbekend ! Men heeft dat wel met een oproep in de krant geprobeerd te achterhalen. Heeft er een ongeluk plaats gevonden of is hij uitgegleden, dat is helaas  niet meer te achterhalen ! Gezien het overlijden en de financiële situatie die toen is ontstaan kon pa de studie huisarts niet gaan volgen! Er is toen overleg geweest met het bestuur van de Universiteit en de overheid . Er is voorgesteld om daar de studie Indologie te volgen met de toezegging, om na het halen van z’n doctoraal naar Ned. Oost Indië te vertrekken om daar z’n werk te beginnen als ambtenaar Binnenlands bestuur. Dat heeft hij toen met beide handen aangegrepen!

Daar er brood op de plank moest komen is de familie toen verhuisd naar de Koningin Wilhelminastraat 10a te Katwijk aan Zee. Daar verhuurde oma 2 vrije etages met keukens , ieder voor 6 a 7 personen, met uitzicht op zee. Prijs  in de maand juli was toen  75,00 en  80,00 gulden.

Op de boulevard aldaar ontmoette mijn vader mijn moeder die in die tijd met opa en oma Lith uit Rotterdam met 13 kinderen elk jaar tijdens de zomervakantie in Katwijk op de Boulevard een villa huurde. In die tijd waren er meerdere fam. uit Rotterdam die dat deden. Tijdens zijn laatste studie jaren werden Pa en Ma verliefd op elkaar. In 1934 studeerde mijn pa af met het doctoraal examen Indologie. Foto : 1.   Hij trouwde op 11 september 1935 in Rotterdam met mijn moeder Jacoba Lith en zij vertrokken in september van dat zelfde jaar per boot naar Ned. Indië om daar met het werk te beginnen als ambtenaar Binnenlands Bestuur met als eerste standplaats  Fort de Kock, aan Sumatra ’s West kust . Dit Noordelijke eiland is ongeveer 1650 km. lang en de grootste breedte 400 km. De oppervlakte is 473000 km, wat ongeveer even groot is als Spanje. Om een verdere indruk te geven van Indonesië, de lengte van Indonesië is vanaf Noord Sumatra tot aan het zuiden van Nieuw Guinea ongeveer 6000 km. lang. Het totale oppervlakte van alle eilanden bij elkaar is 1.904.345 km. Dat is ongeveer net zo groot als Engeland, Frankrijg, Spanje, Portugal en Italië . Dat schets ik even om aan te geven dat het een bijzonder groot gebied was om te besturen, vooral met de communicatie middelen van die tijd. Foto : 2.  Met de auto van Medan dwars over Sumatra naar Fort De Kock naar zijn eerste standplaats. Hij hunkerde  naar werk, werkte zeer hard en hield van dat land en de bevolking. Hij kon zeer goed met de inlanders opschieten, mede door z’n belangstelling voor hun leven en adat. Trouwens, vijanden heeft hij nooit gehad. Na Fort de Kock kwam de overplaatsing naar Banda Aceh , Priaman aan zee en vandaar naar Alakan Pandjang, 1100  m boven zee, als Hoofd van de onderafdeling. Doordat de temperatuur daar bijzonder aangenaam was, gemiddeld tussen de 22 en 24 gr. was het een geweldige plek om te werken.  Zijn volgende standplaats was Fort De Kock ,als Hoofd van de onderafdeling, Foto : 3  Mijn Pa in gala.  Daar is mijn broer Harry in 1938 geboren. Foto : 4. Pa en Ma in tropen uniform. Hier genoot hij van z’n zelfstandigheid en bracht vele verbeteringen aan in landbouw, tuinbouw en wegenaanleg.  Foto : 5 . Pa achter zijn bureau.  Hij had zeer goede kontakten met de plaatselijke bevolking. Foto : 6 . Pa was ook rechter en sprak dan  recht door het o.a. opleggen van belastingen veelal in zo’n  vorm dat de bevolking er wegen en bruggen van gingen aan leggen . Foto : 7 . Pa ging ook regelmatig naar het binnenland om de kampongs daar te bezoeken . Foto : 8 . Pa ontving ook weleens de kampong hoofden bij hem thuis . Elke maand werd gerapporteerd aan het Hoofd Resident in Fort De Kock over de vooruitgang in dat gebied.  In 1940 werd ik in Sawa Loento geboren , waarna het gezin naar Borneo vertrok. Het op 2 na grootste eiland van de wereld met een oppervlakte van ongeveer 744108 km. Dat is groter dan 2 x Duitsland. Foto : 9. Kaart van een deel van Borneo . Eerst naar de hoofdstad Banjarmasin. Daarna als standplaats , Kota Waringin, te midden van de Dajaks in de rimboe. Zondag 7 dec. 1941 vroeg in de morgen viel Japan de vloot van Amerika in de haven van Pearl Harbor aan! Amerika verklaarde op 8 dec. 1941 Japan de oorlog waarna de Nederlandse regering in Engeland diezelfde dag Japan ook de oorlog verklaarde. Op dat moment was Dr. Bauke. J. Hage, gouverneur van Nederlands –Borneo, tevens resident van de Zuider-en Oosterafdeling van Borneo. De tweede man ter plaatse was de territoriaal militair commandant, Overste H. T. Halkema. De verhouding tussen die officier en de bestuursambtenaar was niet optimaal. Daar kom ik later op terug.                                               

Japan viel via Maleisië, “Brits Borneo”, eerst Noord Kalimantan,  of te wel Borneo binnen. Het was niet bekend hoe snel ze zouden oprukken naar het zuiden, naar de hoofdstad Bandjermasin, dat aan de rivier de Barito ligt die uitkomt in de Javazee. Voor wie van cijfers houdt en een idee wil krijgen van de uitgestrektheid van dat eiland: de rivier, de Barito, één van de vele, is 1045 km lang waarvan er maar 760 km bevaarbaar is. Door de naderende oorlog gingen toen al  veel vrouwen en kinderen weg over de Javazee naar Java. De overige militairen en de achter gebleven  bewoners zowel mannen als vrouwen met kinderen bereiden zich voor op een zo nodig snelle vlucht naar Java. Bandjermasin was als een trechter voor geheel Borneo,  om nog te vertrekken naar Java.Er kwamen geen boten meer vanuit Java als ook vrijwel geen vliegtuigen meer over de Javazee daar die overdag beschoten werden door de Japanse jagers als ook door verkenningsvliegtuigen van de Japanse vliegdekschepen. Het was een hel en we zaten allemaal vast, als ratten in de val.  Alleen het geheime  vliegveld,  Oelin, moest zo lang mogelijk open blijven voor het geval er toch nog vliegtuigen van ons zouden landen. De verdediging was ook nodig als de Japanse parachutisten eventueel daar zouden landen. Er zouden daarna nog maar enkele vliegtuigen landen. De volgende dag , 12 feb. vroeg in de ochtend kwam er al  een  vliegtuig  aan.

 Op de valreep deelde overste Halkema  mee dat hij besloten had , op zijn verzoek een officier, Van Beek  achter te laten die in verband met zijn rang,  het commando zou overnemen. Overste Halkema had besloten  behalve de leden van zijn  staf ook een aantal zieken mee te nemen naar Java. De achterblijvers stonden eenvoudig sprakeloos over dit gemene schandaal. Aan het eind van mijn lezing kom ik daar nog op terug ! Over het weggaan van het eerste vliegtuig schreef een van de achterblijvers nog het volgende, de controleur L. W. J. Bouhuys vroeg, of zijn vrouw en zijn 2  kinderen met dat vliegtuig mochten mee reizen naar Java, hetgeen de overste zeer welwillend toestond. Afgesproken werd dat mevrouw Bouhuys om zeven uur s’ morgens op het vliegveld zou zijn, met de kinderen. De volgende morgen, de zon was nog niet eens op, hoorden wij een vliegtuig ! De overste Halkema en de  officieren met uitzondering van kaptein Van Beek , wisten niet hóe gauw ze weg konden  komen, naar het vliegveld en de redding. Even later hoorden wij het vliegtuig weer: de heren waren vertrokken. Ze hadden zo’n haast om weg te komen , dat ze de controleursvrouw, mijn moeder met haar kinderen helemaal vergeten hadden. De familie kwam vroeger dan afgesproken op het vliegveld aan, maar ze hadden het nakijken. Mijn moeder en de twee kinderen zijn daarna op vrijdag  middag  13 febr. met het laatst,  daar nog gelande vliegtuig de Lodastar, naar Java gevlogen. Mijn moeder herinnerde zich nog zeer wel het feit , dat zij in de steek werd gelaten door de vluchtende staf officieren van de groep Overste Halkema.  Wie daarna nog op het vliegveld waren ,vertrokken allemaal richting Bandjermasin .  Vooral de achtergebleven vrouwen in Bandjermasin  hadden in deze situatie het gevoel dat zij met hun kinderen in de val zaten en dat ze werden uitgeleverd aan de vijand. Vele verhalen deden de ronde hoe wreed de Japanners tegen de burgerbevolking , in het bijzonder de vrouwen waren. Er heersten chaotische toestanden. Er voeren geen boten meer over de  gevaarlijke 200 km lange tocht over de Javazee naar de kust van west Java. Vrouwen , zover niet ingedeeld bij het Roode Kruis , vochten om een plaatsje op een van de prauwen.  Er waren  in Bandjermasin niet veel  militairen meer aanwezig !  

Er waren vanaf 9 februari al vele bruggen over o.a. de Barito en de andere rivieren vernield als ook diverse prauwen en auto’s zodat de Jappen niet snel naar Bandjermasin konden oprukken. Die nacht stak de plaatselijke  bevolking de markt, de Pasar Baroe ,in brand. Ook werd de bevolking onrustig en werden er overal kreten en waarschuwingen gehoord en er werd geplunderd ! Toen men door kreeg dat het Japanse leger in aantocht was, was er vrijwel  geen reserve aan wapens, munitie en levensmiddelen aanwezig en van een deel van de Indonesische bevolking zou niets dan tegenwerking kunnen worden verwacht. Er bleef alleen  de capitulatie over .  Na lang wikken en wegen werd besloten om een kleine patrouille vanuit het binnenland naar Bandjermasin te sturen om daar, de aanwezige Japanse kommandant, onze overgave aan te bieden. Men kreeg daar orders van de Japanners dat de volgende morgen om vijf uur,  een hoofd  officier met de beschikbare motorvoertuigen naar Koemai moest komen om daar een Japanse commandogroep naar Pangkalan Boen te brengen, waar de officiële overgave zou plaats vinden. Vroeg in de ochtendnevel van 14 maart reed ik , Luitenant Waasdorp, moederziel alleen in de jeep met de witte vlag naar Koemai. De andere auto’s kwamen ver achter mij aan. Langs de weg hadden alle inlandse huizen de Japanse vlag uit gehangen! De eerste Japanners die ik te zien kreeg, waren bezig met het uitleggen van een telefoonlijntje. Ze lieten mij ongemoeid doorgaan, maar zullen ongetwijfeld mijn komst hebben gemeld. In Koemai werd ik naar het havenkantoortje gebracht, waar ik de Japanse kommandant ontmoete. Gelukkig sprak hij wat gebroken Engels . Men was in Bandjermasin verbaasd geweest , dat er een vliegveld bestond, waar ze niets van wisten!  Ik bracht de Japanse delegatie naar Pangkalan Boen, waar de officiële overgave plaats zou vinden en medegedeeld werd, hoe een en ander moest verlopen. De volgende morgen kregen we bevel om naar het vliegveld in de buurt te komen. Hier moesten wij allemaal aantreden . Er kwamen een paar Japanse marineofficieren voor de troepen uit , in de flank gedekt door een paar heldhaftig aandoende Japanse mariniers met het geweer in de aanslag. Het geheel was een bespottelijke vertoning. Een der officieren hield een toespraak, die werd vertaald door een inlandse tolk. Het kwam er op neer, dat wij nu krijgsgevangenen waren van de Japanse marine en dat we ons behoorlijk moesten gedragen en geen pogingen moesten ondernemen om te ontvluchten. We kregen opdracht de wapens en de munitie over te dragen aan de Japanners. Hierbij waren ook enkele wapens, die controleur Bouhuys  had  meegenomen. Het waren veelal jachtgeweren, die in 1941 gevorderd waren van de burgers in Borneo. Op dat moment gaven ±  250 burgers,  als ook militairen zich over aan de Jappen. De Japanners waren kennelijk opgelucht dat de overgave zo vlot was verlopen dat de hoogste in rang bij de Japanse kommandant werd geroepen. Hij kreeg in de salon een maaltijd aangeboden, waarbij nogmaals werd benadrukt dat de marine uit louter gentlemen bestond. Toen men mij een hut aanbood (waarschijnlijk als tegenprestatie en dankbaar voor hetgeen ik als mijn plicht had gedaan ) weigerde ik dit en verkoos bij onze mensen te zijn, die aan bord zouden komen. Ik kreeg nog een paar pakjes sigaretten en verdween naar de boot , waar de manschappen en de officieren zouden verblijven. Die kwamen weldra aan boord en wij voeren daarna weg. Deze  mensen werden allemaal naar Java overgebracht en zijn daar geïnterneerd.  

Zo als bekend was Bandjermasin in de ochtend van 10 febr. 1942 door de bewoners grotendeels verlaten.  De eerste troep Japanners,  ongeveer 600 tot 1000 man arriveerde volgens berichten om negen uur ’s morgens  en waren ‘s middags al in de stad. Een tiental Japanse soldaten op de fiets kwamen om ongeveer twee uur s ‘middags de Martapoeraweg af en kwamen bij de vernielde Coenbrug. De leiding was in handen van een behaarde Japanse officier met een baard. Deze kwam daar per auto aan. Een groot aantal Indonesiërs wachtten hen op. Zij werden weggezonden met de opdracht om alle Nederlanders en Chinezen die nog ter plaatse waren, gevangen te nemen en bij de Japanners te brengen. Om drie uur was de burgemeester met de commissie van ontvangst aangekomen bij de brug, die verder door de Japanners werd ontruimd. De gevangenen werden opgesteld  bij het vernielde deel,  en men zag dat Mulder, de burgemeester, een papier te lezen kreeg, dat hij daarop aan de Japanse officier terug gaf. Toen men daarop Mulder wilde blinddoeken wees hij dat van de hand. Zijn handen, evenals die van de commissieleden werden op de rug vast gebonden en deze mannen werden op korte afstand doodgeschoten, waarna de lijken in de Martapoera-rivier werden geschopt. Drie Chinezen ( ook uit de ontvangstcommissie ), die dit hadden moeten zien, werden toen gedwongen aan de rand van de opening in de brug te knielen en werden daarna één voor één met een kort zwaard onthoofd. Dit drama had zich nauwelijks voltrokken toen  een auto met nog twee Nederlanders werden gebracht. Zij werden ook zonder proces op dezelfde manier als de anderen ter dood gebracht. De Japanners waren verontwaardigd over de vernielingen in de stad. Na hun wraakneming op de groep van burgemeester Mulder, richtten zij hun woede vooral op de chinezen, die overal, waar zij werden aangetroffen werden geslagen en mishandeld. Patrouilles trokken door de stad en vroegen naar de verblijfplaatsen van Nederlanders, terwijl zij de mensen dadelijk krachtdadig met geweld duidelijk maakte, dat er voor iedere Japanse militair diep moest worden gebogen. Nog een voorbeeld, de hoofdagent en Javaan Toekinoen  vertelde , dat hij op deze dag werd gewaarschuwd door een zekere Oesin, dat er in diens dorp, Telawang, ongeveer één kilometer van Bandjermasin ,  vier Nederlanders door de Japanners waren gedood. Hij ging daarheen en vond de lijken van twee controleurs,  een inspecteur en nog  een burger. De Japanners wilden dat ze daar bleven liggen als afschrikwekkend voorbeeld. Wat een beesten ,  maar gelukkig konden de slachtoffers  spoedig worden begraven. Na een week van terreur kwam de Japanse marine en nam het bewind over, hetgeen aanvankelijk een aanzienlijke verbetering was .

 Alle Europeanen, vooral Nederlanders, werden  in Bandjermasin  geïnterneerd. In de loop van 1942 ging het commando over naar de Kempeitai, dat is de Japanse militaire politie. Deze politiemacht werd geleid door de fanatieke Iwono Sasuga . In Europa gold de Gestapo als een geperfectioneerd instrument in handen van de machthebbers , op dezelfde wijze werd de Kempeitai in gezet voor ( sadistische ) terreur , folteringen en executies. Naar schatting zijn in Nederlands-Indië duizenden  personen geëxecuteerd (mannen, vrouwen en kinderen, van wie een groot aantal zonder enige vorm van proces.  De systematische terreur die werd uitgeoefend bestond onder andere uit           foltering van de arrestanten door de verhoren op onmenselijke wijze te verrichten en de arrestanten met vuisten , zwepen en gummiknuppels , stokken en ijzeren staven veelvuldig en langdurig tot bloedens toe te slaan. Door met brandende sigaretten op het lichaam uit te drukken , een ijzeren rooster of rooster van ijzerdraad dan wel broodroosters gloeiend heet tegen het lichaam aan te drukken   . De waterkuur toe te passen, bestaande uit het in bovenmatige hoeveelheden water door een slang in de mond te gieten en vervolgens op de buik te trappelen dan wel te dansen. Handen in kokend water te steken. De meest gevoelige plaatsen van het lichaam onder elektrische stroom te zetten. Het laten knielen van een slachtoffer, waarna een bamboe of stuk hout in de knieholte werd gelegd waarna op deze stok werd gedanst, dan wel aan het uiteinde zware gewichten werden gehangen.  De handen op de rug te boeien, waarna de benen afzonderlijk middels touwen aan de poten van een geschut werden gebonden, waarmee vervolgens touwen werden aangedraaid, zodat de benen uit elkaar werden getrokken. Naakt, ingewreven met suikerwater aan een boom vast gebonden waarna de rode mieren kwamen en in de huid gingen bijten. Met een bajonet steken. Open wonden met zout en jodiumtinctuur behandelen. En nog veel meer folteringen die niet te beschrijven zijn.                                                                                                              

Nu terug naar Bandjermasin,  vanaf begin 1942 tot eind  1943 waar de  bezetters, de militaire politie macht,  Kempeitai,  de gevangenen onder de duim hielden. Dit schrikbewind stond onder leiding van de fanatieke kolonel Iwao Sasuga, een ambitieus man die zich wilde onderscheiden ten opzichte van zijn militaire collega’s. Er kwam een eind aan het Nederlands bestuur zoals dat door gouverneur Dr. Bauke Jan  Hage en zijn collega’s, waaronder mijn vader, werd ingevuld. Het nieuwe regiem had geen boodschap aan de oude verhoudingen en de meeste ambtenaren werden zonder pardon aan de kant geschoven. Velen werden geëxecuteerd, anderen gevangen gezet. Mannen en vrouwen werden gescheiden en willekeur regeerde. Maar Haga gaf geen krimp en houdt vast aan zijn waardigheid. Hij geeft een lezing over het Indisch bestuur na de oorlog en hij wenste de Japanners alleen gekleed in officiële tenue te woord te staan. De bezettende macht werd geleid door de fanatieke Iwao Sasuga ,zoals hier boven beschreven als een ambitieus man die zich wilde onderscheiden ten opzichte van zijn militaire collega’s. Saguna verhoort een aantal Nederlanders en komt tot de overtuiging dat er een complot gaande was tegen de Japanners. Wie anders kan de leider zijn dan de koppige gouverneur Haga . In mei 1943 viel de klap, toen de Japanners allen arresteerden die hiermede iets te maken hadden. Door gouverneur Haga opgestelde plannen voor het herstel van het Nederlands bestuur na de oorlog, werden door de Japanners aangezien voor een complot tegen het Japans bestuur. Mishandelingen en martelingen zorgden voor voldoende ‘bewijzen’ , meende de Japanners. Velen werden zonder meer na folteringen vermoord. Uiteindelijk komt het tot een showproces dat aan meer dan tweehonderd mensen het leven kostte. Tijdens dat proces werden alle vooraanstaande betrokkenen ter dood  veroordeeld onder wie vrijwel alle Nederlandse bestuursambtenaren die de komst van de  Japanners hadden overleefd, benevens vele vooraanstaande Indonesiërs en Chinezen. Gouverneur  Bauke Jan Haga bezwijkt op 14 december 1943 tijdens het proces aan een beroerte . Zes dagen later werd zijn vrouw geëxecuteerd gelijk met mijn vader en nog ongeveer 200 mannen en vrouwen op 20 december 1943. 

Nu even terug naar 13 februari 1942. Met  het laatste vliegtuig zijn mijn moeder met de twee kinderen naar Java gevlogen. Daar hebben wij in ongeveer zeven verschillende vrouwenkampen gezeten, tot oktober 1945.                                

 Foto : 11. Het kampleven toen. Als ook  Foto: 12 en Foto 13. 
Mijn moeder wist pas in augustus 1945 dat haar man in Borneo door de Jappen was omgebracht. In november 1945 kreeg mijn moeder te horen dat er nog plaats was om met een kleine boot van de KPN. naar Singapore te varen en vandaar met een troepen transportschip naar Nederland.  We moesten direct daarna met een truck met Engelse soldaten voor de veiligheid met één koffer bagage naar één van de havens van Jakarta . Daarna  met een kleine boot naar Singapore. Daar lag het troepentransportschip de Nieuw Amsterdam klaar om ons  enkele dagen daarna,  naar Amsterdam te varen. We werden ingescheept met ongeveer 3800 man, waaronder ongeveer 1200 kinderen ! De omstandigheden aan boord waren niet beter dan in het kamp maar we waren op weg naar huis. De gehele dag stonden er lange rijen bij de enkele  wc’s. Vele kinderen stierven aan boord daar ze ondervoed waren en te weinig weerstand hadden. De kinderen die stierven o.a. aan de mazelen kregen een Zeemans begrafenis en werden  s ’avonds na een moment van stilte en gebed over boord gezet. We voeren door het Suez kanaal waarna het schip bij Port Said voor anker ging. We werden met kleine landingsboten naar de vaste wal gebracht. Daar stonden hele grote barakken waar we naar binnen liepen. Daar kregen we warme kleding voor de verdere tocht naar Nederland. Dat was wel nodig omdat we alleen maar versleten kampkleding hadden. Ook schoenen, sokken, ondergoed, plusfoor, pet en winterjas. Daarna weer terug aan boord voor de verdere reis naar Nederland. We voeren naar Southampton, Engeland. Daarna i.v.m. het gevaar van zeemijnen met kleinere schepen naar Amsterdam waar we op 6 december 1945 aan kwamen. Het lukte mijn grootvader om met  de zuster van mijn moeder in Rode Kruis uniform, om ons van boord te halen en ons gelijk met de auto naar zijn huis in Rotterdam Schiebroek te brengen, Naar ik mij kan herinneren was het toen bijzonder koud in Holland. De meeste passagiers hadden geen familie om ze op te vangen. Deze gingen van boord af in een koude trein zonder verwarming, die ze brachten naar barakken op de Veluwe. Tijdens die treinreis zijn er nogal wat ondervoede kleine kinderen door de kou overleden !
  

Veel gegevens heb ik gehaald uit het boek HELDEN , HAZEN en HONDEN van     C . van Heekeren uit 1969. Een sterk leger, maar vooral een sterkere vloot, had, in kombinatie met die van de geallieerden , de Japanners misschien wel kunnen afhouden van de aanval, zoals na de oorlog is gebleken, want de partijen in Japan die wél en die niet tot de aanval wilden overgaan, stonden ongeveer gelijk tegenover elkaar. Maar de verbittering blijft en was speciaal vlak na de oorlog zo sterk dat men ‘schuldigen’ eiste.  Een van de hazen was onder anderen overste Halkema, die dacht,  met  het laatste vliegtuig uit Oelin bij Bandjermasin te vertrekken met meerdere officieren aan boord. Daarna kwamen er  gelukkig nog twee vliegtuigen aan  die naar  Java vertrokken. Gelukkig lukte het mijn vader om in het laatste  toestel  mijn  moeder , broer en mij mee te nemen naar Java. Dit was het laatste moment dat we vader nog hebben gezien. Hierdoor hebben wij het overleeft. Deze overste Halkema werd op 30 september 1948 door het Hoog Militair Gerechtshof veroordeeld,  in verband met zijn vlucht uit Borneo  tot één jaar gevangenisstraf (later bij wijze van gratie omgezet in drie maanden) en ontslag uit de militaire dienst. Hij was een van de Hazen zoals vermeld in de titel van dit boek.                                                                                                         Een van de helden was gouverneur Dr. B.J. Haga  zijn vrouw en alle oorlog slachtoffers, waaronder mijn vader en zo velen die door de Jappen zijn om gebracht ! Bij honden heb ik o.a.  gedacht aan de Kempei-Tai militairen in Borneo. Vooral aan kolonel Awao Sasuga, die daar vreselijk heeft huis gehouden. Het blijft voor mij een raadsel, omdat het niet te begrijpen  is, hoe zulk een intelligent, nijver en kunstzinnig volk zulke wrede soldaten en beulen kon leveren. Hij is ook direct na de capitulatie gevangen genomen en in 1948 door het Tokio-Tribunaal in Batavia  berecht. Er zijn in dat proces 24 geselecteerde oorlogsmisdadigers schuldig bevonden waaronder  Awao Sasuga.  Ze zijn allemaal op 24 november 1948 geëxecuteerd.

Foto : 14. In 1996 hebben wij een reis door Sumatra,Java en Bali gemaakt. Vanuit  Jakarta zijn we naar het Ereveld Ancol  gereden waar, naast mijn vader nog 297 oorlogsslachtoffers begraven liggen van het Haga proces in Borneo  evenals 1070 oorlogs slachtoffers van het Japanse schrikbewind . Foto : 15   Foto  16 .

 

 

 

 

 

Uitgelicht Overzicht