De herinneringen van de heer Jan van Rijn

De Algemene Ouderen Bond Katwijk is bijzonder content dat zij de herinneringen van deze voor velen bekende Katwijkers en veel gezien persoon in het dorp. Ondanks zijn hoge leeftijd van 95 jaar maakt hij haast bijna dagelijks nog zijn rondje vanuit de Zwanenburg naar de zuid boulevard. Altijd aandacht en bewogen voor de medemens zoals hij zijn hele leven is geweest, men zegt wel eens hij heeft et hart op de juiste plaats, nou daar hoeft in het geval van de heer Jan van Rijn niet aan getwijfeld worden. Nog steeds woont hij zelfstandig, het toont allemaal aan hoe fit de heer van Rijn is, hij zegt er zelf over het is geen verdienste van hemzelf maar van boven gegeven en is de Heere daar ook zeer dankbaar voor.

De verhalen van de heer van Rijn zijn op beeld vastgelegd en uitgewerkt op papier en in delen aan u gepresenteerd. We hopen dat de verhalen aandachtig worden gelezen en bewaard en dat het een goede les zal zijn voor jongeren en voor alle mensen die de donkerste periode in de jongste geschiedenis van Nederland. De heer van Rijn hoopt zo zijn bijdrage te kunnen aan een betere samenleving..

Veel kijk- luister en lees genoegen.

Deel 1 – INLEIDING

 De jaren voor de oorlog

Er is mij gevraagd iets te vertellen over mijn jeugdjaren en de herinnering aan de oorlogsjaren. 
Nu waren mijn jeugdjaren in de tijd dat ik geboren was in de twintiger jaren van de vorige eeuw, 1924 om precies te zijn, die waren heel anders als vandaag. Katwijk was niet zo groot als je nagaat dat de Jan Tooropstraat was het laatst, daarvoor had je tegen het gemaal aan een duin en daar zaten de nettenboetsters op waar de vleet hersteld werd, netten die kapot getrokken waren herstellen.
De meisjes van 12 jaar als ze van school kwamen werden aangenomen door de reder om ook te helpen en te leren in de nettenbreierij, dat was heel wat. Moet je je eens indenken 12 jaar en dan werd je al opgeroepen om te gaan werken en als je een jongen was dan ging je met je vader of een oom mee naar zee om als reepschieter te helpen op de logger, dan waren ze soms 3 tot 6 weken van huis af. Zo van school en dan zo 6 weken weggerukt uit het huisgezin en op de woeste baren meehelpen om de kost te verdienen. Dat was in die tijd heel wat, mijn vader had een rijksbetrekking dat wil zeggen hij was postbezorger en moest de brieven bezorgen in de huizen van Katwijk, nu was Katwijk niet zo groot want zo als ik net zei de Jan Tooropstraat was het laatst de Wyborghstraat was het laatst, dus de Karel Doormanlaan was er ook niet en al wat daar achter licht was er niet plus de Varkevisserstraat en de Waal de Malefijtstraat waren de laatste straten van Katwijk. Uitgezonderd de 10 huizen tussen de drieplasseweg en de duinstraat en juist opdat stukje grond en al wat er verder achter lag, waar nu Salem op staat en al die huizen, de Ichthuskerk en de begraafplaats dat was allemaal duin. Nu gebeurde het vroeger, en dan ga ik even terug naar 1918, dat op de dag dat de jongens 18 werden ze zich, vanuit regeringswegen, moesten melden bij een dokter om zich te laten keuren, deze keurde ze goed of keurde ze af. Als ze goed gekeurd werden dan kregen ze als ze negentien jaar waren een oproep om zich ergens in Nederland bij een kazerne te melden, het vervoer was gratis.

 Deel 2 – Na de school jaren 

 Ik was 12 jaar en ik zou vrijdag ’s middags grote vakantie krijgen en die grote vakanties waren toen 6 – 7 weken maar wat wil nu het geval, ik ging van school af en mijn vader had het hoofd al gesproken “ Is het een persoon die door kan leren dan wil ik wel extra voor hem werken dan komt het wel ten goede voor zijn verdere leven” Maar de hoofd van de school ging inlichtingen vragen bij de leerkrachten en toen gebeurde het dat die leerkrachten tegen het hoofd zeiden “Die jongen van Rijn die kunt u gerust er af halen. Hij zal ’s avonds, als ik hem overhoor, een 9 krijgen en als hij ’s morgens komt in de les dan krijgt hij een 1 voor de moeite want hij gooit alle talen door elkaar. En toen was ik zo brutaal dat ik tegen mijn vader zei, nou dat was heel wat hoor ik was zo brutaal, “Nou dan heb je toch ook een taal Esperanto”. Vader zei je kunt wel een gekkigheidje maken maar hou er maar rekening mee dat je a.s. maandag, 12 jaar oud zijnde, om 6 uur ’s morgens moet melden bij landarbeiders, bij een baas. Die zei ga jij maar met hem mee en dan ga je wortelen wieden of ander werk in de bollenteelt. Dan lag je als 12-jarige om 6 uur met je neus op de grond om vuiltjes er uit te trekken want machines e.d. had je niet en wanneer je dan om 12 uur klaar was dan mocht je een halfuur eten en dan ging je daarna weer aan het werk tot ’s avonds 7 uur en zaterdags tot 5 uur, dat was een hele tijd. Op zaterdag moest je dan gauw naar huis en dan ging je in een teil je eigen wassen want dan moest je om je loon en dat loon was na 52 uur werken zeggen en schrijven vier en een halve gulden, dat is nu even meer als twee Euro. En wanneer ik dan zo zie, als ik nog door Katwijk loop, de jeugd hele broden en melk in de vuilnisbakken gooien ja zelfs koeken die niet eens uit de verpakking is gehaald gooien ze er zo in. Dan draaide ik me om en dan dacht ik bij mezelf, daar heb ik vroeger zoveel uur voor moeten werken. De tijden veranderen, toen die tijd kwam ook de radiodistributie want de mensen konden in die tijd een radio zelf niet betalen, alleen de schippers en de hoog geplaatste personen zoals doctoren en reders die hadden er wel een. Zo was het ook met de auto’s, zo waren er in heel Katwijk nog geen 30 auto’s. Als je dan nu kijkt wat er in een minuut voorbij gaat aan auto’s dan zeg je wat is de tijd veranderd maar wat is de waarde van het geld voor de jeugd nu nog waard, Niets.


Deel 3 - tussen de WO I en WO II 

In ieder geval was ik op 12 jarige leeftijd van school en op het land aan het werk. De jaren 30 werden genoemd als de crisisjaren, iedere halve cent, er waren toen halve centen, 1 cent, vier duitstukken (dat was twee en een halve cent), een stuiver, een dubbeltje, een kwartje een gulden, een rijksdaalder en dan kwam je bij een tientje. Toen was het zo dat juist in die tijd er erg opgelet werd voordat ze wat kochten of ze dat wel konden betalen. De mensen waren vriendelijk tegen elkaar, de oudere mensen hielpen elkaar bij ziektes en zeertes dat kom je nu vandaag aan de dag niet zoveel meer tegen en daarom is het voor de jeugd van vandaag zo goed dat ze inzicht krijgen hoe of de levensjaren waren van de mensen in die tijd. Na de crisisjaren in 1939 was er al door de regering een wet uitgeschreven van dienstplicht en dat was dus ook in het jaar 1939, de soldaten werden opgeroep en en ingekwartierd in bepaalde tehuizen en in Leiden in de kazernes en die werden opgeleid om te leren luisteren naar de meerdere en om in tijd van nood dat er een vreemd land binnen zouden willen vallen in een ander land omdat als eigendom te nemen zo was het in 1939 ook al. Duitsland was in de eerste wereldoorlog in oorlog geweest met Rusland en nu probeerde ze via een omweg probeerde hij (Hitler) niet alleen Rusland maar ook Engeland binnen te komen. De leider in Duitsland, Adolf Hitler, die riep alles en iedereen op en nu was het zo dat in Nederland waren heel veel Joodse mensen onder gebracht. Die Joodse mensen hadden hier een zaak een kleine of een grotere zaak, want het was een zakelijk volk, en probeerde zo ingeburgerd te worden als Nederlander. Kort gezegd de Fuhrer, Adolf Hitler, die moest niets van het Joodse volk hebben terwijl wij hier in Nederland onze bijbel hebben en daarin lezen dat het Joodse volk, het uitverkoren volk was en dat het bevrijd is geworden, na 40 jaren, uit de woestijn. En nu, nu is het zo dat die Hitler die wilde zelf als rechter gaan optreden en wat doet hij, hij vervolgd de Joden en laat ze ombrengen in de gaskamers. Je zal maar een kind van een Jood geweest zijn en dat gebeurde ook in 1940

Deel 4 - de val van Valkenburg.  

Ik kan me één ding nog heel goed herinneren, dat beeld is mijn geheugen gegrift er was daar iemand, een leider van de jongensclub waar ik ook mee omging, die had maar 1 zoon, die ene zoon was 19 jaar en die moest ook in dienst en die ging daar ook verdedigen en die werd dood geschoten. Dat heeft zo’n indruk gemaakt op het leven van mij en ook op mijn mensbeeld. 19 jaar en van het ene moment uitgerukt om in dienst te komen en je leven te laten voor een ander die je wil verdedigen. Zodoende probeerde ze weer Valkenburg, waar de Duitsers die de overhand hadden, weer als eigendom van Nederland terug te krijgen en wilde de Duitsers weer verjagen van dat vliegveld. Maar er zaten er nog verschillende in de duinen en in de omgeving b.v. de Haagse Schouw die zich verborgen hadden bij boeren of in schuurtjes en die schoten op alles wat los en vast zat met het gevolg dat er velen doden zijn gevallen.
Als je dat meegemaakt heb dan denk je bij je eigen ‘wat is de wereld toch wreed’ en als je de bijbel leest en je leest daar dat de eerste mensen ongehoorzaam waren aan God en dat ze luisterden naar de duivel die zei als je dat doet dan ben je net als God en dan ken je goed en kwaad en daar begon de eerste wereld oorlog al zeg ik. Dat is mijn hele eerste levensjaren door gegaan en als je dan iemand op je weg tegen komt en die vraagt wil je iets vertellen over de oorlog dan moet ik altijd aan die dingen denken. 
Zo gingen die jaren van 1940-1942 en 1943 zo waren de regels die de Hollandse overheid hadden gesteld die waren niet meer intact, we hadden regels waar de Fuhrer de dienst uitmaakten met als gevolg dat jongens van 18 jaar die moesten ook komen in Duitsland de meeste mannen naar het front moesten en die hadden veel munitie fabrieken, er moeten mensen van elders gezocht worden om dat werk tot uitvoering te brengen ter vervanging van de Duitse soldaten aan het front. Deze soldaten werden weggerukt bij hun moeder om te vechten in een ander land. Wat is dat een verschrikking geweest, als je terug kijkt hoe daar kinderen van een jaar of 18 er op uit gestuurd werden om andere kinderen in een ander land van het leven te beroven. Als ik er nog over nadenk dan zeg ik weleens tegen mezelf ‘wat is een mens wreed geworden’. 

 Deel 5 - De voorzieningen nu en in oorlogstijd. 

Nu zijn er heden ten dage gelukkig velen instellingen die de jeugd proberen op te vangen maar ook de oudere mensen en daar is ook de Algemene Ouderen Bond Katwijk voor die iets willen terug doen aan het voorgeslacht om te vertellen wat er allemaal gebeurd in de wereld. Dat zij een tijd hebben gehad om te werken en nu van hun rust kunnen genieten en dat er mensen voor zijn die daar allerlei dingen voor doen. Of het nu in verenigingsverband is zoals verenigingen voor dammen of voor sjoelen tennissen of tafeltennissen, biljarten noem maar op, fietsen of lezingen houden. Wat moeten we dankbaar zijn dat we dit werk kunnen steunen ook waar er b.v. bijbelcursussen zijn of zangverenigingen, ik noem er maar een paar op. Wat groot is dat dan als je dat allemaal gaat zien dat er zoveel mensen klaar staan en als er dan een oproep is dan geef je daar gehoor aan. Bij een bepaald programma en je bent vrij, dan hoop ik daar aanwezig te zijn of het nu een zangavond of een wijkavond is of een paas of een kerstviering of noem maar op. Dan ben ik dankbaar dat er mensen zijn die er hun vrije tijd voor geven en ik hoop ook dat de luisteraars zijn dat die dit werk willen steunen. Het is een heel groot iets opvoeding van ouderen mensen maar ook opvoeding van jongeren mensen.
Hoe was het, om door te gaan op die oorlog, als je 18 jaar was en een jongens dan moest je jezelf melden en dan werd je ook gekeurd en dan moest je de arbeidsdienst in voor 8 maanden of een jaar. Dan moest je uit huis vandaan en dan kwam je daar bij al die mensen die de leiding hadden om je op te vangen en te gaan werken. Ikzelf heb dan in Limburg gezeten en dan moest je daar bij de boeren land ontginnen, want ja de Duitsers hadden zelf geen mensen want die waren allemaal naar het front gebracht weggerukt uit hun huiselijk leven.

Deel 6 - Het leven tijdens de oorlogsjaren.  

Ik had het voorrecht dat mijn vader een vaste baan had, maar als je als man van pakweg 40 jaar een gezin had, en er waren toen grote gezinnen dan was het niet altijd even gemakkelijk. Ik weet nog wel dat er een gezin was, (toen ik bij de post begon werd door dr. Willem Drees de kinderbijslag ingevoerd), die hadden van twaalf kinderen kinderbijslag maar die hadden 18 kinderen, ze verdienden 18 gulden in de week daar moest de huishuur van betaald worden en de kleding, dan moest er b.v. een voorraadje winter aardappelen of kolen gekocht worden. De kindertjes in de oorlog die liepen op klompen en waren ze aan het voetballen geweest, dan was de kap er af, dan moest hij om een bandje en werd deze er omgezet en daar ging hij dan verder mee naar school en als je zondags naar de kerk ging, schoenen waren er niet, met die houten vloeren in de Nieuwe kerk was het een oorverdovend lawaai.
Als je die verhalen nog in je geheugen heb zitten en je ziet wat de jeugd nu uitvoert dan draai ik me wel eens om of zeg ik tegen een van mijn kleinkinderen ‘weet je hoeveel moeite het je grootouders gekost heeft om kinderen op te voeden’ en wat doen jullie? Als het je niet zint een grote mond geven en als het kan nog een schop toe aan je ouders, hebben jullie daar wel eens over nagedacht? Maar ik ben altijd blij dat ik hier en daar als bijstand heb mogen werken, ik ben zelf nooit thuis geweest, ze vroegen me wel eens hoe kom jij aan zes kinderen, ik zeg dan niet van het stil liggen, als grapje zijnde. Maar uiteindelijk is het wel zo dat je de jeugd op de feiten mag wijzen hoe rijk zij het nu hebben. Als er dan mensen zijn die denken aan mensen die het minder hebben en van een klein loontje in het leven kunnen blijven, wat moet je dan dankbaar zijn dat je dit krijgt en niet moet gaan zeggen ja maar die heeft dit en die heeft dat.  
In onze jeugdjaren was dat ook zo, een kind van reder had sneller een fiets dan een kind van een werkman.  
En zo probeer ik zo nu en dan een steek er onder door te geven dat de mensen die dit ook lezen eens met hun gedachten terug gaan naar de oorlog en crisisjaren. De crisisjaren waren erg, ik was nog zelf bij de rijk bedeelde, laat ik het zo maar zeggen want mijn vader had een vast inkomen plus dat hij nog een klein volkstuintje erbij had waar hij nog groente van verkocht.
Dus vooral in de oorlogsjaren, had ik in verhouding bij anderen, meer. Mijn jongere broer die wilde na Friesland gaan over de afsluitdijk maar ze werden daar tegen gehouden, dan besef je wat hebben wij in onze jeugdjaren een hopen dingen moeten missen die vandaag de jeugd wel heeft, en nog is de jeugd niet tevreden. En zo probeer ik dan de jeugd aan het denken te zetten wat het Nederland gekost heeft om de welvaart die ze hebben te ervaren. Nadat ik in de arbeidsdienst had gezeten en weer terug keerde, gedeeltelijk bij de post en op het land en in de wintermaanden in de helmen.

Deel 7 – De gevaren vlak na de bevrijding. 

Vlak na de oorlog, de bevrijding was er, dat er ook werkzaamheden aan de kuststrook uitgevoerd moesten worden. Door de Duitsers was er een muur gebouwd. Zodat als de Engelsen zouden komen, dat voor ze aan wal waren, uit de schietgaten vandaan neergeschoten konden worden. Op het strand waren door de Duitsers betonnen palen, schuin in het zand, neergezet en op de bovenkant van die schuine kant daar hadden ze allemaal landmijntjes gedaan op een afstand van een paar meter tussenruimten dat als er een boot zou en komen die zou daar tegen aan varen, met een roeiboot, een landingsboot of wat dan ook, die gingen dan de lucht in. Na de oorlog stonden deze er nog en de mensen mochten nog niet op strand komen. Zelf werkte ik toen nog bij de helmplanterij, Rijnland hand het helmen planten in eigen hand. Het is als vestingwerken tegen de zee, zodat de duinen niet af  kalven. We waren, waar nu de camping in de zuid is, aan het helmsteken zodat we dit konden plaatsen op plekken waar geen helm was. Op een vrijdagmiddag dat we boven aan een duin, met een man of acht bezig waren met helmsteken, dat er jongens toch op het strand gekomen waren, wat dus verboden terrein was, die gingen aan het eind van de boulevard het strand op. Wat doet een jongen, die onderzoekt alle dingen en die waren aan het gooien met stenen, wie of het beste kon gooien zodat er een zo’n mijn zou springen, als jeugd zijnde niet nadenkende wat de gevolgen zouden zijn, we hadden ze al 2x weggejaagd en de baas riep toen “rotten jullie nou eens op en zit niet met je leven te spelen straks heb je een ongeluk en dan zeg je had ik maar”. Ze kropen onder in de duin  zodat we ze niet meer konden zien, het was een ogenblik stil en wij waren weer aan het werk.
En ineens, plotseling, pang we kijken op we zien de jongen de lucht in gaan 3x tollen en hij viel neer. Hij was er geweest, de volgende jongen die er dichtbij was die kreeg de scherven in zijn buik, die viel op de grond, de scherven en het bloed kwam uit zijn broekje vandaan en daar lag hij op de grond. Wij gingen er naar toe om te kijken of we nog hulp konden bieden. Toen was er in die grote bunker die daar was een post waar de Duitsers ingezeten hadden daar zat nu de padvinderij, daar zat een zoon van Planje in, daar hadden ze telefoon en werd de eerste hulp ingeschakeld en kwam de ziekenauto, wij werden er op uitgestuurd als jongens, jullie kunnen hard lopen, ga vlug naar het eind van de boulevard en daar komt de ziekenwagen en nemen jullie de brancard en zeg je waar ze wezen moeten dan komen ze wel achter jullie aan, jullie kunnen harder lopen. Dus wij gingen met die brancard van de ziekenwagen hardlopend vooruit en de broeders van de ziekenwagen die kwamen achter ons aan. Bij de een werd al meteen al een deken overheen gelegd, die was er niet meer en de tweede, daar lagen half de darmen er naast. Als je dan zelf nog geen 20 jaar bent dan heeft dit een grote inpekt op je verdere leven.

 

 Deel 8 – Afbraak en wederopbouw

 In de loop van de jaren kwam de herbouw van het land en zo ook in Katwijk waar een gedeelte van was afgebroken. Het ganse gedeelte wat nu Princestraat is, Buitensluisstraat en Koninginneweg dat was allemaal afgebroken. De Duitsers zeiden in de oorlog wij moeten uitzicht hebben op de zee, zelfs van de oude kerk moest de toren verliezen en gelukkig hebben ze de kerk zelf kunnen bewaren want er was ook nog sprake van dat de hele kerk naar de laagte moest. Met het gevolg dat toen de toren eraf was moesten ook al die huizen afgebroken worden, de mensen werden  geëvacueerd naar Drenthe hier op de Voorstraat had je een oude van dagen huis die moesten eruit, een gedeelte van het weeshuis werden ook mensen in ondergebracht, doctoren die ook hun plaats hadden op de boulevard en waarvan de huizen afgebroken waren moesten allemaal onder gebracht worden. Velen mensen zijn er uit Katwijk verhuisd naar Drenthe en de omgeving van Nijkerk allemaal in het achterliggende gebied van Nederland.

 Deel 9 – gedenk uw schenker

Ik was gebleven bij bepaalde momenten van na de oorlog maar ik wil ook nog een paar anderen dingen doorgeven voor de jeugd en voor de ouderen als herinnering aan die donkere tijden van in de oorlog en na de oorlog. 

In de oorlog was de jeugd van Nederland in een gevarenzone want wanneer de Duitsers jeugd zagen dan kwamen er razzia’s dan werden zowel de Joden als de Nederlandse jeugd opgepakt en weggevoerd naar Duitsland, of een ander land. Zo had ik zelf een zwager die moest zich ook melden en die werd ingezet in Rusland om daar loopgraven te maken waarbij sommige mensen er dood bij neervielen en moesten zij doorgaan met graven en als je dat dan zelf overleefd heb wat moet je dan dankbaar zijn dat je in deze welvaartsstaat leeft waarin wij nu leven. Als er een razzia was dan vroegen ze niet heb je een vrij-bewijs (ik had zelf 2 ausweisen, ik had er een dat ik voor de voedselvoorziening werkte en ik had er een dat ik bij de rijksoverheid werkte) er werd niet naar gekeken. De mensen geraakte zelfs in Duitsland of doken onder bij een boer, gingen werken en sliepen in een geheime plaats of zoals in Nederland in de Biesbos waar veel bootjes lagen waar de mensen in sliepen, met al de omstandigheden van dien. Weer of geen weer, eten of geen eten maar wel in een omgeving waar veel Duitsers met hun patrouille boten door de rivieren voeren en probeerde om mensen die een leeftijd van in de twintig jaar hadden om die op te vangen en door te sturen naar het front. Als je zelf met alle ongemakken van dien toch nog in Nederland kon blijven dan moest je de handen vouwen en dankbaar zijn dat je het zo overleefd hebt. Wanneer ze dan vragen aan mij wil je iets over die tijd vertellen dan voel k dat als een oproep zowel aan de jeugd als aan de ouderen dat wij moeten terug denken dat er moeilijke jaren zijn maar dat er ook uitkomst jaren zijn. Wat doen de mensen nu? Zoek je alleen het vertier of denkt hij er verder aan dat ook eenmaal aan zijn levensjaren een einde komt. Nu mag ik zelf dankbaar zij dat ik zo’n hoge leeftijd heb mogen bereiken, dat ik mij eigen nog kan verplaatsen. Verplaatsen in het dorp en als de mensen mij vragen ‘hoe gaat het’, of het mijn Kinderen nu zijn, mijn kleinkinderen of een wildvreemde, dan is het velen malen dat ik zeg “met kracht van boven kunnen wij velen dingen aan. Dat wil ik ook graag doorgeven in dit gesprek, mensen van Nederland gedenk uw schenker in uw levensjaren.

Deel 10 – Arbeidsdienst
Ik was 18 jaar en moest opkomen, door de Duitsers opgeroepen, om in de arbeidsdienst te komen. Ik werd gelegerd in Leusden, dat is het buiten gebied bij Amersfoort, ik kreeg een vrij vervoertje met de tram en de trein tot Amersfoort. In Amersfoort daar stond je op het station met een briefje in je handen, Leusderweg dat en dat, melden. Je moest dan gaan vragen waar dat was en moest maken dat je op tijd ’s avonds binnen was met als gevolg in de donker, in de winter, dat je daar liep, die hele berg over, aan de buitenkant van de piramide van Austerlitz, dat was een wandeling van ruim een uur, wanneer je nu het gedeelte van Amersfoort had gehad dan kwam je aan de buitenkant door een bos. 

Op verre afstand hoorde je daar de mannen en de vrouwen, schreeuwen en huilen want ze werden afgeranseld. Er was een kamp waar ze iedereen, die het niet met de Duitsers eens was of voor bepaalde andere dingen zoals diefstal, naar toe brachten om hier in de gevangenis te worden gestopt. Als je dit had gehad  dan kwam je even verder kreeg je weer een kamp waar ze werden opgeleid om in dienst te komen van de marechaussee, ook daar gehuil en geschreeuw. Dan moet je zelf 18 jaar zijn en je moet er mensen horen huilen en schreeuwen op de rand van de dood. Na het tweede kamp kreeg je nog een derde kamp voordat je in het kamp was waar je wezen moest, dan liep je daar in de winter die lange weg van anderhalf uur met geschreeuw en gejammer en je denkt dan ‘dat hadden mijn vader en  moeder ook kunnen zijn dat die daar zaten. 
Het zijn allemaal fragmenten die als een film je hele leven meegaan, wat hebben die ouders, die en kinderen moeten lijden omdat ze het niet eens waren met de Duitse Wehrmacht. Verschrikkelijk en iedere keer weer als je na 3 maanden vrij kreeg om weer even naar huis te gaan dan moest je daar, ’s avonds en ’s nachts, (je moest om elf uur binnen zijn), het geluid aanhoren van al die mannen en vrouwen die hun kinderen thuis hadden en zij, zij werden afgeranseld omdat zij niet aan de Duitsers vertelde waar of de mensen en Joden verborgen waren. Als je terug denkt aan die tijd dan is dat een tijd die je nooit meer vergeet, of je nu twintig jaar bent of dat je negentig jaar bent, er  zijn veel mensen die wat afgeweend hebben.


Deel 11 – Onmenselijk

 In het kamp werd je opgedragen om dit of dat te doen, het ware grote schuren met allerlei stapelbedden en ze hadden van die vreemde uitdrukkingen om iets te doen, er was een kamerwacht (zoals ook de Nederlandse regering  had) die moest maken dat de soldaten zich aan de regels hielden en dat de kamer schoon was. Dat had je daar dus ook maar het gebeurde op drastische manieren en op geweldige uitvoeringen. Zo was er een jongen die bij ons in het legerkamp was die zijn vader bij de bombardementen op Rotterdam was omgekomen, en op zijn moeder was hij ziels groot mee, daar werd hij vanaf gerukt. Hij had heimwee en zat de hele dag, een paar dagen was hij daar geweest, op een bank te huilen en te schreeuwen. Daar moest jij bij slapen, daar moest jij bij denken, dan gaan je gedachte ‘als mij dat nu eens overkomt dat ik heimwee krijg naar mijn ouders en dat ik gestraft word. Na twee of drie dagen moest hij bij de dokter komen en mocht hij naar huis, hij had werkelijk heimwee en als je mee maakt dat een mens heimwee heeft dan is het een verschrikking als ik daar weer aan denk. Zo waren er ook veel mensen in die tijd die heimwee hadden omdat een kind werd afgerukt uit hun huiselijke omstandigheden en moesten doen wat de Duitsers zeiden. Zo waren er velen ook hier uit de buurt uit Katwijk en Rijnsburg die een Jood wilde redden van de macht van de Duitsers. Ik ben in Israël geweest en daar kwam ik veel bomen tegen als herinnering dat ze dankbaar waren dat ze in de oorlog het Joodse volk wat gevlucht en ondergedoken was, voorzien hebben van eten en drinken. In die plaats waar ik was staan zoveel gedenktekens van allerlei mensen die dezelfde leeftijd hadden als jij had. 

Het is iets dat vergeet je nooit meer en dat gaat ook door, als je nu terug denkt en je kijkt om je heen en de welvaart welke we mogen ontvangen van boven, zien dan dat er zoveel mensen die niet in God geloven en ook niet aan zijn werken, zo was het ook in die tijd. Er zijn wat gebeden opgegaan in die oorlogsjaren of hun kinderen behouden werden. Dan hoorde je onverwachts dat er in Katwijk weer eens een schip op een mijn was gevaren en zoveel mensen de dood daarbij hebben gevonden. Zo mogen we dankbaar zijn voor alle weldaden die ons gegeven zijn.

 

DEEL 12 - Persoonlijk leed.
Ik had in die tijd ook een jonger broertje, die zaterdags zijn elfde verjaardag vierde maar ’s zondags ziek werd en naar het ziekenhuis werd vervoerd, nu was het zo dat de Duitsers een gedeelte van het Diaconessenhuis huis hadden gevorderd en een gedeelte was verplaatst naar Oegstgeest. Net zoals dit gebeurde met het Gast- en Weeshuis in Katwijk. Mijn vader was er ’s maandags niet gerust op en ging toch naar mijn broertje, hij kwam aan bij zijn bed waar hij direct zag dat het mis was en deed vlug de ramen open, helaas te laat, zijn zoontje stierf in zijn armen, koolmonoxide. Ik werd terug geroepen naar huis met de gedachte dat er iets met mijn zwager die, zoals ik vertelde in Rusland te werk was gesteld was maar het was anders. Mijn broertje was maar net 11.

Na de oorlog werd het tijd voor de wederopbouw de vermaledijde muur was een van de eerste dingen die weg moest waar de kraan niet bij kon werd met de hand gegraven. Jan hier op de foto bij het verwijderen van de muur.

Redactie, Dhr. Jan van Rijn is nog lang niet uitverteld, zo vertelde hij nog over boomstammen die schuin werden neergezet langs de duinen richting waar nu de Estec staat om te voorkomen dat Engelse Spitfires hier zouden landen. Terwijl Jan op het land bezig was met het rooien van aardappelen werden Duitse jongens bloot gesteld aan de gevaren van de Spitfires.

 

Met Deel 12 zijn we aan het einde gekomen van een middagje verhalen vertellen, mooie indrukwekkende verhalen, verhalen met een verhaal een boodschap aan ons alle zodat we ten allen tijden nooit mogen vergeten wat mensen elkaar aan kunnen doen, wat oorlog met zich meebrengt. Niet alleen danken we dhr. van Rijn dat hij voor ons allen heeft willen doen maar meer nog met grote verwondering zijn verhalen mochten aanhoren. Hij ging zitten en vertelde en vertelde, zo bijzonder, zo goed en dat op 95-jarige leeftijd. Niet dat alle hoogbejaarden, want dat mogen van iemand van 95 rustig zeggen, alle oud en zielig zouden zijn beslist niet maar is toch bijzonder en begrijpen de dankbaarheid van de heer van Rijn dat hem dit gegeven is.

Wat de AOBK en het WZK afd. wijkwerk aan zee betreft is het precies wat voor ogen stond na 75 jaar bevrijding de herinneringen van die tijd levend houden en tegelijkertijd een boodschap overbrengen. We denken dat dit gelukt is

Heeft u ook zelf nog herinneringen of van overleveringen geef ze door aan de AOBK of het WZK afdeling wijkwerk zee en er wordt voor gezorgd dat de boodschap en het verhaal blijft

 

 

Uitgelicht Overzicht